9/10
meer info
Algemene tips: tijdens de activiteit
Tijdens de activiteiten
Hou rekening met het individu!
- Elke hond is anders en leert op een andere manier.
- Pas tempo, beloningen, tijdsduur en moeilijkheidsgraad van de activiteiten aan jouw hond aan.
- Hou rekening met de leeftijd, gezondheid en interesses van je hond.
- Kies de beloning die voor jouw hond werkt.
- Doe de activiteiten die jij en je hond graag doen.
Tijdsduur:
Hou de oefensessies kort (3-15 minuten).
Stop voordat je hond het beu (moe, overprikkeld of gefrustreerd) wordt.
Beter meerdere korte oefensessies dan één langdurige.
Stop altijd op een hoogtepunt!
Observatie:
- Let op de lichaamstaal van je hond.
- Staartbasis (= punt waar de staart vasthangt aan de rug): hoger, lager of op hoogte van de ruglijn
- Oren: plat tegen kop naar achter gericht of loshangend
- Ogen: knipperen, dichtknijpen, wijd open, staren, wegkijken, oogwit zichtbaar
- Muil: open of dicht, welke tanden zichtbaar, lippen gespannen of los neerhangend, smakken, tongelen, likken of geeuwen
- Lichaamshouding: al dan niet gespannen
- Vacht: haren rechtop (staart, rug, nek)
- Pas de activiteit aan of stop als je hond moe, onzeker of overprikkeld geraakt.
Let op stresssignalen zoals beschreven in de agressieladder.
Laat eventueel andere personen jou observeren, want ook jouw handelen kan ervoor zorgen dat de activiteit niet lukt. - Pas de activiteit aan of stop als je hond moe, onzeker of overprikkeld geraakt.
- Let op stresssignalen zoals beschreven in de agressieladder.
- Laat eventueel andere personen jou observeren, want ook jouw handelen kan ervoor zorgen dat de activiteit niet lukt.
Moeilijkheidsgraad:
- Begin altijd gemakkelijk en kijk naar wat je hond al kent of aankan.
- Verhoog de moeilijkheidsgraad pas als je hond de gemakkelijkere variant volledig onder de knie heeft en doe dit stap voor stap.
- Verander slechts één variabele per keer (tijd, afstand, afleiding, …)
- Wissel af! Ook als je hond de moeilijkere variant aankan, maak het hem regelmatig eens gemakkelijk.
- Doe een stap terug als het niet lukt of probeer het de volgende keer opnieuw.
Belonen:
- Alle activiteiten zijn beloningsgericht!
- Timing is zeer belangrijk.
- Gebruik een markeerwoord (bv. ‘yes’) om aan te geven dat je hond het gewenste gedrag stelt.
- Een markeerwoord is een kort, duidelijk woord dat je gebruikt om je hond te laten weten dat hij iets goed doet. Het zegt eigenlijk: “Dát wat je nu deed, is goed. Er komt een beloning aan!”
- Beloon 2 seconden na het markeren van het gewenste gedrag met een andere beloningsvorm (bv. een snoepje).
- Zorg dat je het juiste gedrag beloont.
- Gebruik een markeerwoord (bv. ‘yes’) om aan te geven dat je hond het gewenste gedrag stelt.
- Beloon in het begin veel (voor elke kleine stap) en bouw dit langzaam af.
- Eindig altijd met een succes en een grote beloning.
- Wissel verschillende soorten beloning af: snoepjes, spel of positieve aandacht.
- Gebruik extra lekkere snoepjes of het favoriete speeltje van je hond als beloning voor moeilijkere oefeningen.
Consistentie:
- Gebruik altijd dezelfde woorden en/of handgebaren.
- Als je met meerdere personen de activiteiten doet, zorg dan dat iedereen het op dezelfde manier uitvoert.
- Voldoende herhaling is belangrijk.
Omgeving:
- Start in een rustige omgeving zonder afleiding.
- Hou rekening met de veiligheid voor zowel jezelf als je hond.
- Verwijder afleiding voor jezelf en je hond om de connectie en focus te vergroten.
- Hou rekening met de beschikbare ruimte en pas de activiteiten hierop aan.
- Zorg voor een ondergrond waarop je hond niet uitschuift, zoals bv. een tapijt.
Veiligheid:
- Gebruik veilig materiaal en hou rekening met zaken die je hond mogelijk kan inslikken.
- Gebruik geen dwang! Respecteer de grenzen van je hond.
- Werk enkel beloningsgericht. Belonen werkt beter dan straffen en heeft geen negatieve invloed op je band met je hond.